Gemeenten: grote verschillen in bestrijding uitkeringsfraude

De bestrijding van uitkeringsfraude werkt het best als er regelmatig contact is met uitkeringsgerechtigden. Als consulent consequenter zijn, helpt eveneens.

Tussen gemeenten bestaan grote verschillen in de bestrijding van uitkeringsfraude. Dat blijkt uit onderzoek van bestuurskundige Menno Fenger van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij onderzocht wat de gemeentelijke verschillen zijn bij bestrijding uitkeringsfraude en hoe uitkeringsgerechtigden worden aangesproken op hun frauduleus handelen.

Handhaving divers georganiseerd

Samen met promovendus Xandra Maan onderzocht hij in opdracht van het Landelijk Kenniscentrum Fraudebestrijding de praktijk van het handhavingsproces in vier gemeenten. Daarbij stuitten ze op grote verschillen in de wijze waarop gemeenten fraudebestrijding hebben georganiseerd. Ook troffen ze grote verschillen aan in het aantal fraudeurs dat per gemeente wordt betrapt. Het blijkt overigens dat er geen directe relatie kan worden gelegd tussen de manier waarop de handhaving is georganiseerd en de gemeentelijke prestaties als het gaat om preventie en opsporing van fraude.

Adequate monitoring prestaties

Uit het onderzoek kwamen wel punten te voorschijn die een positieve invloed lijken te hebben bij fraudebestrijding. Zo helpt het als er minder overdrachtsmomenten zijn in het uitkeringsproces tussen inkomensconsulenten, werkconsulenten en handhavers. Ook is het goed als er een adequate monitoring van de prestaties binnen gemeenten en tussen gemeenten plaatsvindt. Tenslotte werkt de bestrijding van uitkeringsfraude beter als er regelmatig contact met uitkeringsgerechtigden is.

Protocollen niet leidend

Voor het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid deed Fenger nog een ander onderzoek in het verlengde ervan. Samen met promovendus Luc Benda keek hij naar de wijze waarop consulenten in de sociale zekerheid uitkeringsgerechtigden kunnen en willen aanspreken op hun gedrag, als dat de re-integratie of de rechtmatigheid in de weg staat. Uit dat onderzoek komt naar voren dat er weinig barrières zijn voor consulenten om klanten aan te spreken op hun gedrag: ze geven bijvoorbeeld aan zich niet te laten leiden door de vertrouwensband met de klant of angst voor de reactie van de klant. Consulenten laten zich bij het aanspreken op gedrag meer leiden door hun eigen professionele waarden en minder door beleidsregels of protocollen. Dit komt voornamelijk door het feit dat situaties waarin klanten moeten worden aangesproken vaak uniek en complex zijn. En hoewel consulenten het vermogen en de wil hebben om klanten aan te spreken op gedrag, worden er niet altijd duidelijke consequenties verbonden aan het gedrag van de uitkeringsgerechtigde.

Bron: Binnenlandsbestuur

Adresgegevens

SV Land
Röntgenlaan 13
2719 DX Zoetermeer
Routebeschrijving

Nieuwsbrief